Cookies verzekeren het goed functioneren van onze website. Door gebruik te maken van deze site, gaat u akkoord met ons gebruik van cookies. Meer informatie OK
U bent hier: Home / Nieuws / Opinie / Sluit je ogen en luister naar deze sprekende robot: “Welkom in 2030 !”

Sluit je ogen en luister naar deze sprekende robot: “Welkom in 2030 !”

Thierry Joachim, General Manager IRISnet
Illustration de l'actualité - cliquer pour agrandir

Thierry Joachim

2030 is niet zo heel ver weg meer. Maar heb je er al eens over nagedacht hoe je dagelijkse leven er dan uit zal zien?

Een sprekende robot of een andere vorm van artificiële intelligentie  die je verwelkomt of je vraagt “Wat kan ik voor u doen?” bestaat dan niet alleen meer in je verbeelding. Het is een onderdeel geworden van ons dagelijkse leven én instellingen.
Zodra 5G op kruissnelheid is, begint 6G zijn opmars. De GAFA’s bezitten een groot deel van onze gegevens binnen optimaal beveiligde infrastructuren. De eerste autonome auto’s rijden rond en overal in de stad leveren drones pakjes. Tv’s zorgen niet louter voor ontspanning, maar zijn echt geconnecteerde samenwerkingsobjecten geworden binnen een gezin.

Terug naar 2018. Hoe zijn wij zo ver geraakt?

Nee, ik word niet nostalgisch. Wél wil ik even terugblikken op de rol van ICT in ons leven en de razendsnelle evolutie ervan. De jaren ’80 roepen meteen herinneringen op aan Tsjernobyl en de val van de Berlijnse muur, maar tijdens deze periode kwamen ook de eerste pc's – personal computers – op de markt, toestellen met een veel kleinere capaciteit dan de huidige, piepkleine USB-stick. Wie toen wou telefoneren, moest thuis zijn en dan nog wel in de woonkamer op maximum één meter van de telefoon – langer was de kabel immers niet.

Enkele jaren later, in 1994, ontstond het eerste mobiele netwerk en deden de eerste gsm’s, die we overal met ons meenamen, hun intrede.

De gevreesde millenniumcrash bleef uit en het zachte getik van digitale modems ruimde plaats voor ADSL, wat mensen meteen heel wat nieuwe mogelijkheden bood.

In 2007 bracht Apple met de iPhone en de onvoorstelbare opslagcapaciteit van dit toestel een revolutionair product op de markt.

Die mobilofoniedoorbraak zorgde ervoor dat persoonsgegevens altijd en overal beschikbaar werden. De hoeveelheden elektronische gegevens namen exponentieel toe, wat de aanzet gaf tot gegevensopslag in beveiligde clouds onder het toezicht van operatoren.

In 10 jaar tijd is bandbreedte 100 keer sneller en de opslagcapaciteit van smartphones 300 keer groter geworden. Wie tieners in huis heeft, weet bovendien dat bellen ‘out’ is - verdrongen door sociale netwerken – en dat er voor de meeste dingen ‘ wel een app bestaat’. Tegenwoordig kan bijna alles met een paar klikken: shoppen, bankieren, een reis boeken, de krant lezen, enz. In amper 15 jaar zijn er ontelbaar veel diensten gedigitaliseerd, wat ons dagelijkse leven versnelt, want men heeft onmiddellijke, permanente toegang tot informatie en is mobieler.

We kunnen er niet omheen: digitalisering is in volle gang. Het zit al ingebakken in ons dagelijkse leven en klopt nu aan de deur van overheidsdiensten. De wereld rondom ons evolueert voortdurend. De vraag is niet langer of we moeten veranderen, maar wel wanneer en hoe we zullen moeten veranderen.

Als we terugblikken op de weg die we sinds de jaren ’80 afgelegd hebben en vooruitblikken op de toekomst, dan vermoed ik dat er nog heel wat veranderingen op stapel staan - op korte termijn! De pioniers van deze wereld wachten niet op ons om vooruit te gaan en de burgers zullen alsmaar meer verwachten van de openbare diensten.

Ik heb er een goed oog in.
 
Om deze evolutie als maatschappij optimaal te benutten, vraag ik aan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest om zijn instellingen aan te moedigen om deel te nemen aan grootschalige gemeenschappelijke projecten. ICT zorgt voor ondersteuning en vereist tal van vaardigheden om die veranderingen invulling te geven. Tegenwoordig heeft elke Brusselse instelling een eigen IT-team. Dat huidige model moet plaats ruimen voor een competentiematrix met het oog op vaardigheids-, ervarings- en kenniscentra die honderden instellingen bij hun digitaal traject zouden begeleiden. IRISnet blijft hen intussen een beveiligde, hoogtechnologische infrastructuur ter beschikking stellen. Toch hangt de architectuur van Brussel als Smart Region nu en in de toekomst af van onze inzet als mensen.
 
Ik pleit dus voor een eengemaakt gewestelijk team, een overkoepelend masterplan voor de volgende 20 jaar en een beleid ter transversale ICT-ondersteuning.

gearchiveerd onder: Catégories :